De Europese begroting is vastgelegd in het Meerjarig Financieel Kader (MFK). Hierin staat hoe het budget over de prioriteiten van de Europese Unie wordt verdeeld (zie ook Europees beleid). Het huidig MFK loopt van 2014 -2020. In 2018 presenteert de Europese Commissie het voorstel voor de komende periode vanaf 2020 met een minimale looptijd van vijf jaar.

Hoe komt het MFK tot stand?
De Europese Commissie heeft initiatiefrecht tot het opstellen van het MFK. Besluitvorming hierover vindt plaats door de regeringen van de EU-landen (via de Europese Raad) en de rechtstreeks verkozen leden van het Europees Parlement. Binnen Nederland hebben de ministeries van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken het voortouw bij de onderhandelingen.

Het gaat daarbij niet alleen om het goedkeuren van het totale budget, maar ook om de verdeling van het budget over Europese programma’s en fondsen en de vaststelling en inzet op inhoudelijke thema’s. Dit geldt ook voor Horizon 2020.

Het MFK wordt formeel vastgesteld door de Raad van Ministers en het Europees Parlement volgens de instemmingsprocedure. In de praktijk komt er alleen een meerjarenbegroting als de Europese regeringsleiders het eens zijn. De Nederlandse overheid heeft groot belang bij de vaststelling van de EU-begroting, de verdeling over fondsen en de inhoudelijke thema’s die worden geadresseerd.

Hoe is het MFK opgebouwd?
Het MFK is verdeeld in afzonderlijke uitgavecategorieën en plafonds voor deze uitgaven.
Begrotingscategorie 1: Slimme en Inclusieve Groei.
Het stimuleren van slimme en inclusieve Europese groei en werkgelegenheid (ongeveer 50% van de Europese begroting).

  • Begrotingscategorie 1A: Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid; richt zich op het verbeteren van de concurrentiekracht van Europa. Onder andere door te investeren in kennis en innovatie, in onderwijs, in netwerken en in innovatieve bedrijven (13%). Onder deze categorie vallen de volgende programma’s:
    • Horizon 2020: voor onderzoek, ontwikkeling, innovatie
    • Connecting Europe Facility: voor transport-, energie- ICT-infrastructuur
    • Erasmus+: voor onderwijs, vorming en jeugd
    • COSME: voor het MKB
    • Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI): investeringssteun voor ontwikkeling van infrastructuur, onderzoek en ontwikkeling, innovatie, onderwijs en opleiding, gezondheidszorg, informatie- en communicatietechnologie en ontwikkeling van de energiesector
  • Begrotingscategorie 1B: Economische, sociale en territoriale samenhang; richt zich op het verstevigen van de economische, sociale en territoriale cohesie en op het beperken van bestaande ongelijkheden. Onder deze categorie vallen de volgende programma’s:

Begrotingscategorie 2: Duurzame groei: natuurlijke hulpbronnen
Betreft de middelen voor het Europese landbouwbeleid. Het omvat het gemeenschappelijk landbouwbeleid, visserijbeleid, plattelandsontwikkeling en verduurzaming (ongeveer 39% van de Europese begroting). Onder deze categorie vallen de volgende programma’s:

Begrotingscategorie 3: Veiligheid en burgerschap
Is gericht op veiligheid van Europese burgers, hieronder vallen onder andere ook migratiegerelateerde uitgaven. Onder deze categorie vallen de volgende programma’s:

  • Asiel- Migratiefonds: voor integratie en inburgering
  • Europa voor de Burger: voor burgerparticipatie
  • Creatief Europa: voor cultuur, media en creatieve industrieën

Begrotingscategorie 4: Europa als wereldspeler
Omvat het buitenlandbeleid (ongeveer 6% van de Europese begroting).

Begrotingscategorie 5: Administratie
Zijn de administratieve kosten (ongeveer 6% van de Europese begroting).

De begroting van de Europese Unie voor 2017, per rubriek van het MFK.

Niet alle financiering van de Europese Unie verloopt via het MFK, bijvoorbeeld voor onvoorziene gebeurtenissen. Het MFK wordt jaarlijks in beperkte mate bijgesteld. Wel is het de bedoeling dat het totale budget niet wordt overschreden.