Hoe om te gaan met vragen over co-financiering en matching?

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) krijgt regelmatig verzoeken van kennisinstellingen om een financiële bijdrage te leveren aan hun deelname aan Europese projecten. Meestal wordt gevraagd om een aanvulling in financiering van circa 25 tot 50%.

Is er een financiële bijdrage mogelijk voor het schrijven van projectvoorstellen?
De Europese Commissie (EC) geeft geen financiële bijdrage voor het schrijven van projectvoorstellen. Dit wordt gezien als investering van het desbetreffende projectconsortium. Diverse Europese landen, zoals Ierland, Spanje, Zweden en Noorwegen, geven een tegemoetkoming in de kosten van het schrijven van projectvoorstellen (voor specifieke programma’s). Nederland kent een dergelijke regeling niet. Echter: in specifieke gevallen is het mogelijk om vanuit het ministerie van IenW opdracht te geven tot het schrijven van een projectvoorstel.

Is een financiële bijdrage mogelijk voor het participeren in Europese projecten?
Na honorering van een projectvoorstel sluit de EC een overeenkomst af met het projectconsortium. Voor veel onderzoeksprojecten geeft de EC 100% subsidie. Deze subsidie bestaat uit de direct aan het project verbonden kosten (zoals salariskosten en materiële kosten), inclusief een opslag van 25%.
Dit bedrag is aanzienlijk lager dan de Integrale Kostprijs (IKP) die instituten rekenen voor opdrachten van het ministerie van IenW. Hierin zijn wel de indirecte kosten opgenomen, zoals huisvesting. De instituten willen dit verschil graag bijgelegd zien. Het gaat in dit geval om matchingsmiddelen, niet om co-financiering.

De kennisinstellingen kunnen in veel gevallen ook zelf dit verschil bijleggen uit hun basisfinanciering. De TO2-instituten kunnen bijvoorbeeld een deel van de rijksbijdrage (instituutsfinanciering) van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) hiervoor inzetten. Daarnaast kunnen alle kennisinstellingen een toeslag van 9% krijgen op het totale Horizon 2020-subsidiebedrag uit de regeling Stimulering Europees Onderzoek (SEO-regeling). Dit bedrag wordt op instituutsniveau uitgekeerd, omdat stapeling van subsidies boven de 100% op projectniveau niet is toegestaan. Het is om deze reden ook niet toegestaan de PPS-toeslag van het ministerie van EZK als matchingsmiddel in te zetten.

Het ligt dus niet bij voorbaat voor de hand dat het ministerie van IenW ingaat op dergelijke verzoeken. De toegepaste onderzoeksinstituten (TO2) krijgen bijvoorbeeld een rijksbijdrage (instituutsfinanciering) van het ministerie van EZK, die onder andere ingezet kan worden om dit financieringstekort te dekken.

Voor project(voorstellen) die van groot belang zijn voor het ministerie van IenW kan eventueel opdracht worden geven voor het ontsluiten van kennis. Ook worden er soms zogenaamde flankerende projecten opgezet. Een andere route is om vanuit IenW de rijksbijdrage van TO2-instituten aan te vullen. Dit kan via een interdepartementale kasschuif.

Welke andere bijdrage kan het ministerie van IenW leveren?
Andere bijdragen die het ministerie van IenW zou kunnen leveren zonder zelf als consortiumpartner op te treden, zijn bijvoorbeeld:

  • het aanbieden van experimenteerruimte
  • het beschikbaar stellen van materiaal of vaartuigen
  • het adopteren van een of meerdere casussen, bijvoorbeeld in het kader van lopende onderzoeksprogramma’s