Bij joint calls wordt meestal gekozen voor een virtuele common pot. Dit betekent dat middelen die door een land worden ingelegd, ten goede komen aan de onderzoekers uit dat land. De nationale onderzoeksfinanciers sluiten dan ook subsidieovereenkomsten af met de nationale partners van een onderzoeksconsortium. Bij een ERA-net cofund stelt de Europese Commissie (EC) als eis dat dit via een subsidieregeling verloopt; dit omdat de bijdrage van de EC uit Horizon 2020 ook een subsidie is. Als de EC niet meefinanciert, zou dit ook via een tenderregeling (aanbesteding) kunnen.

Wie regelt de uitvoering?
Het ministerie van IenW heeft hiervoor geen subsidieregeling en laat de uitvoering van calls over aan de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)  of de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Het ministerie van IenW hevelt het budget voor de joint call of era-net cofund over naar NWO of RVO.nl. De inkoopprocedure is een quasi inbesteding: een onderhandse gunning binnen de overheid of gunning aan een organisatie waarop de overheid toezicht houdt, zoals het geval is bij NWO als een Zelfstandige Bestuursorgaan (ZBO).

Hoe verloopt de uitbetaling?
Met NWO wordt vaak de afspraak gemaakt dat het geld in drie tranches wordt overgemaakt:

  • Op het moment dat NWO een subsidieovereenkomst heeft afgesloten met de projectdeelnemer (40%);
  • Halverwege het project (40%);
  • En aan het eind van het project (20%).

NWO of RVO.nl vraagt ook een bijdrage voor de uitvoering van de call. Het gaat om een bedrag van circa 25.000 euro. In geval van een ERA-net cofund wordt vaak ook nog om een garantstelling gevraagd voor het geval dat de EC-subsidie (cofinanciering) bij de subsidievaststelling aan het eind van de onderzoeksprojecten lager uitvalt dan van te voren verwacht.